geselecteerd als gefixeerd bericht

Als ik op mijn rug lig met mijn onderbenen op een bed of bank geleund (of trap), kolkt in mijn hoofd een mengeling van filosofixebn, overpeinzingen, theorixebn, gedichtjes, indrukken, herinneringen, ideexebn, dromen, losse woorden. Schuimende warme bananenmelk met stukjes.
Ik moet altijd een schriftje en een pen bij me hebben, om alles wat ik bedenk op te schrijven. Zie categoriexebn. Neem ‘n slok en laat je inspireren!

15 November 2006
By on 04:11
Voorbij

Vandaag ben ik school voorbij gereden. Ik heb mijn tas x92s morgens gepakt, ik wist niet zeker waarom het was dat ik naast de normale hoeveelheid boeken ook extra drinken en drie maal zoveel boterhammen als normaal inpakte. De boeken heb ik later in kleine porties op bankjes langs de weg achtergelaten; ook dat was niet expres, het was hoe het gebeurde. Daar komt geen spijt noch euforie bij kijken, het gebeurde in zekere zin onbewust.

Steeds voel ik de neiging op mijn horloge te kijken, te berekenen hoe lang ik gefietst heb, voorbij school, voorbij het blauwe grensbordje van de stad, voorbij twee regenbuien. (ik houd even mijn pen stil, kijk op van mijn schrift, naar het kleedje op het tafeltje naast mijn pensionbed. Het grijze scherm van de televisie, die in de hoek achter mijn rug hangt. Als ik mij weer op mijn schrijfsel richt, prikt nog de blik van deze beeldbuis in mijn rug.)

Mijn ouders lijken, zo ver weg, niet te bestaan. x93Opbellenx94 klinkt als volstrekt onlogisch x96 maar even hoef ik te denken aan de wanhoop aan de andere kant van de lijn, hoe zij zo rustig mogelijk voorstellen mij op te komen halen, met de auto, mij vragen in ieder geval te vertellen waar ik ben, de vraag Waarom, er bestaat zelfs een mogelijkheid dat ze volledig begrip tonen en vertrouwen op mijn eigen verantwoordelijkheid. In het laatste geval kan ik ze beter niet bellen, want het getuigt pas echt van eigen verantwoordelijkheid als ik hen niet hoef te laten weten dat ik veilig ben. (Via deze redenering heb ik mijzelf gerust gesteld, ik hoef ze niet te bellen omdat mijn ouders erop vertrouwen dat ik dit volledig zonder hun steun kan. Dat zij zich grote zorgen maken over me, kan ik me aan de ene kant niet goed voorstellen, en aan de andere kant kan het me ook weinig schelen. Niet voor niets heb ik geen mobiele telefoon meegenomen.)

Het lukt niet goed om me te herinneren waaraan ik dacht terwijl ik fietste. Over het groen van de bomen, de frutselloosheid van de paden waarover ik kwam. Maar alle overtwijfelingen die ik gisteravond had, woelend in mijn bed, ben ik onderweg verloren, op ongeveer dezelfde manier als hoe ik mijn schoolboeken achterliet.

Toen de zon op zijn hoogst stond, de resten van de eerste regenbui verdampten als een droom die men bij het wassen x92s morgens vergeet, vertraagde ik mijn fiets op een brug over de snelweg, legde haar tegen het hek en ben zelf wat verderop over het hek geleund gaan staan turen. Dit zag ik: op de ene weghelft haastten de autox92s zich naar mij toe. Aan de andere kant van de weg schoten de autox92s juist van mij af, steeds kleiner wordend tot zij om een bocht verdwenen. Zie je de metafoor? Ik ben heel lang blijven kijken. De gedachte kwam in me op dat er een politieauto voorbij zou komen die juist naar mij op zoek was, ik stelde me voor dat de agenten langs de weg zouden stoppen en naar het figuurtje op de brug dat ik voor mensen beneden was, zouden roepen dat ik naar beneden moest komen. Maar ik pakte traag mijn fiets, keek nog een keer over het randje en reed dan langzaam weg. In het echt deed ik dat ook; als je dingen die je in een (dag)droom meemaakt, in de echte wereld herhaalt, lijkt het net of het wat dichterbij komt.

Ik ben moe. Logisch! Wie zou er niet moe zijn na een hele dag fietsen. Ik zal dit schrift wegleggen, op het kleedje op het tafeltje, het licht knip ik uit, en als mijn hoofd het zachte kussen van het pensionbed raakt is het al vrij van gedachten, klaar om de slaap te verwelkomen.

***

De zon schijnt aangenaam. Vanmorgen zag ik hoe de stralen licht door de bomen heen vielen, en dat de mist nog aan de bedauwde weilanden plakte. Nog niet eerder heb ik in zulke mate het geluid van een over een geasfalteerde weg draaiende fietsband als positief ervaren. Nu is er echter een ondertoon in het knersend geluid, namelijk die van het wxe8grijden, hetx85

Is dit een vlucht? Het is of ik een pleister lostrek van een lang geleden gemaakte wond, en eronder slechts schone, hele huid aantref. Ik kan dit ook zelf, Ik kan prima overleven zxf2nder mijn ouders! Akkoord, misschien keer ik over een paar dagen om, terug naar huis (x93huisx94 pha!) men kan toch niet eeuwig zoek blijven. Maar dan heb ik wel al een paar dagen bewezen dat ik in staat ben tot, volledig in mijn eentje, dingen onder controle houden. Voor een paar dagen dan. (ik eet een paar boterhammen en neem een slok limonade uit mijn thermoskan. Dit bankje staat langs een smalle weg waarover je alleen mag fietsen, aan de andere kant van het pad is een riviertje. Hierop blaast de wind patronen.)

Het zou wel grappig zijn als nu onder dit bankje een paar van mijn boeken lagen. Dat is natuurlijk niet zo, als ik onder mijn bankje kijk zie ik brandnetels en door andere voorbijgangers achtergelaten afval, maarx85 Het zou wel grappig zijn.

15 September 2006
By on 15:33
10/08/05

Rust.
Alleluja, ik richt mij ten hemel, verhoor mijn gebed, rust is wat ik nodig heb om mijn huiswerk te kunnen maken, om te kunnen weten waarom ik dat huiswerk maak, om de gedachten die mij storen van me af te kunnen zetten en mij zodoende niet meer te laten plagen door de overvloed aan zaken waarvan mijn tere kinderziel zich iets aantrekt.
Rust, in mijn hoofd, maar ook op mijn met documenten en er niet toe doende zaken bezaaide werktafel. Bovendien in mijn slaapkamer, waar ik de nachten doorbreng tussen onuitgepakte dozen en hopen uit de kast gevallen kleren. Hoe kan een mens zich nu thuisvoelen tussen zulke rommel?
Alle spullen die hier liggen, behoren mij toe of hebben op de xe9xe9n of andere manier iets met mij te maken. Maar daarmee bewijzen zij hoe de materialistische drangen in mij borrelen, en zij zijn ook nog eens herinneringen aan mijn eigen verleden; dat wat ik me liever niet zou herinneren. Nogmaals Alleluja!

Het begint al te werken. Nu mijn hand met pen erin zich rap over het papier beweegt, het enige signaal dat nog van mijn naar woorden zoekende brein afkomt is: "Schrijf, schrijf, schrijf", merk ik dat ik de dingen spontaan vergeet die mij aanzetten tot het de pen pakken en beginnen te schrijven.
Kijk; ditzelfde effect ervaar ik bij het luisteren naar goede muziek. Zxf3 gespannen probeer ik dan de klanken tot me door te laten dringen, dat ik vergeet over de dingen na te denken die mijn goede humeur teisteren. Overigens wordt mijn humeur er niet beter van, ook niet slechter, misschien enigzins opgewondener.
Ik kan amper wachten tot over anderhalve week; eerst waren het mijn toetsen (het duurt zelfs nog minder dan een week voor ik die zal nemen. Onee, net niet) die zo belangrijk waren, nu is alles waar het nog om draait mijn nieuwe grote liefde die ik dan tot mij zal kunnen nemen: Chavez. Ik weet, Chavez is dood, maar binnen mij allesbehalve. Kon ik maar reeds het zachte doosje vasthouden, de CD ontkleden en haar uiterst voorzichtig in de speler plaatsen… Al bleef ik twintig keer zitten, het kan mij helemaal niets meer schelen.

(–Vanmorgen heb ik lopen twijfelen of ik ee grote fout zou maken, wanneer ik het flesje mondwater nam en het in enkele teugen leegdronk, dan het flesje dromerig-zoete parfum idem dito, de tube gezichtscrxe8me in mijn keelgat leegkneep; hier sinaasappelsap en zure melk mee mengde, de fles bleekwater achteroversloeg en dan voldaan op mijn bed achteroverleunde.
Het is een gemakkelijke, onverwachte manier om aandacht te krijgen voor je geestelijke problemen — tenslotte staat dit in zekere zin gelijk aan een zelfmoordpoging — en terwijl ik aandacht krijg voor mijn door deze actie opgeroepen lichamelijke problemen kan ik natuurlijk geen toetsen maken.
Ik weet niet precies waarom ik het dan toch niet heb gedaan. En: waarom ik het nu nog steeds niet aan het doen ben, en: waarom ik het in de nabije toekomst, die vxf3xf3r de toetsen, hoogst waarschijnlijk ook niet ga doen.

14 August 2006
By on 19:19
Dag K.,

23 november 2005, Eindhoven

Bij deze wilde ik je verzoeken donderdag 24-11 met me mee te gaan, met de trein naar Enschede.
In Enschede woont mijn vader, ik heb er erg behoefte aan naar mijn vader te gaan, aangezien ik veel moeite heb met de manier waarop mijn moeder mij wil opvoeden. Ik weet heel goed dat het een vreemde en misschien overhaaste eis is, maar ik hoop dat je zin hebt om na school met me mee te gaan en wellicht xe9xe9n of twee nachten bij mijn vader te blijven logeren.
Misschien heb jij ook wel problemen met je ouders, of heb je gewoon zin om er even uit te stappen.
Wel, pak dan je kans!
Ach, het wordt toch niks, dit is slechts een vluchtpoging, er zal niets mee worden opgelost. Wij zullen slechts bereiken dat onze ouders wat meer gaan nadenken over of zij ons wel op een prettige manier opvoeden, een manier die ook voor ons prettig is.
Waarom is het dat ik precies jxf3xfa vraag om mee te gaan? Wel… Ik heb nog nooit met je gesproken, maar ik bewonder je erg, want… Ach, het is zo moeilijk uit te leggen waarom je iemand leuk vindt.
Ik vind jou in ieder geval leuk, heel erg leuk, je bent mooi, je doet interessant, ik hou van alles om jou heen. Oi, zie je, ik denk over jou en val meteen weer in dichterlijke uitspraken.
Kom maar, dan vluchten wij van het lot dat ons wacht als ordinaire boodschappenkarretjesachternalopers, kom maar, dan gaan we met de trein naar nergens, dan dansen wij langzaam en goed de meidans.
Morgen zal ik je aanspreken, ik zal doen wat mij het beste lijkt, ik zal, nee, ik ga, ach.
S.

31 July 2006
By on 08:05
Mijn Plezier

by Selderij Trekdrop

Men behandelt mij vaak als was ik erg klein
Maar ik voel me weer helemaal fijn
Als ik door de stad loop met mijn badjas aan
Al lopend pas ik mijn pas aan
Aan die van alle and’re mensen om mij heen
Fluitend stap ik van de ene op de and’re steen

Als ik door de stad loop met mijn badjas aan
Zien de mensen mij verbijsterd door de straten gaan
Maar ik zie aan hun verbaasde smoel
Dat ze niks begrijpen van mijn fijn gevoel

Ik kan hier niet de muziek neerzetten die erbij hoort, maar als je het zingt is het leuker.

5 June 2006
By on 22:47
Eerste deel.

Boos sta ik op, gooi het boek weg waar ik in aan het lezen was, ken weer het kwade gevoel van negen maanden geleden; ik ben het, die alles fout doet, xeck ben het zxe8lf wiens fantasie op hol slaat, wie andere mensen mateloos in verwarring brengt, ik, ik, ik. Mijn voeten dragen me weg van de slaapkamer, weg van de verschrikking die ik mijn dagboek noem en waar mijn hele, verwarrende persoonlijkheid in is opgeslagen, compleet met alle gekten en zorgen en zelfverwijten die "nu eenmaal bij de puberteit horen", weg van de hele gevoelige spanning die om de kist hangt waarin mijn dagboek ligt en om mijn bed waarin ik avondenlang lig te piekeren zonder de slaap te vatten. Dan snap ik plotseling dat ik mijn hoofd rust op een satijnen kussen, mijn lichaam ligt op een dubbel matras, ik lig onder een vrolijk bedrukte deken, en met dit besef begint mijn geest te broeien en te kolken, een machteloze kwaadheid bouwt zich op om zich dan te uiten in het wegslaan van mijn kussen, de dekens van mijn bed te gooien en met kwade bewegingen opspringen, badjas aan en afwachtend, zachtjes over de trap naar beneden. Daar staar ik enkele minuten verlangend uit het raam, niet in staat tot het benoemen van mijn wensen, machteloos tot het me bevrijden van dat waar ik niet van houd. Weg, weg wil ik! Niet deze burgerlijkheid ademende door vier muren en een plafond en vloer begrensde kamers, waarin men zich kan verliezen als in een doolhof maar dan een doolhof in gedachten. Dit soort dingen gaan door mijn hoofd terwijl ik naar de lichte hemel staar, waarin de sterren door lichtvervuiling niet langer zichtbaar zijn. De mens breekt zichzelf op met haar drang naar macht. Nu ook, blote voeten bewegen zich snel over het kitscherige tapijt, dan raken ze de eerste trede van de trap en blijven stil staan, terwijl ik plotseling overdenk me gewoon te laten vallen. Zo’n val verlost me van deze gekte die mijn hoofd bezet en me de mogelijkheid ontneemt om rustig na te denken, de situatie te analyseren, relativeren, om tot de conclusie te komen dat er niks is om me druk over te maken. Ik laat me vallen. Plotseling deinst mijn lichaam terug, beseft dat het toch niet durft, vallen, bedenkt redenen waarom het fout zou zijn dit jonge leven nu te bexebindigen en is daarmee tevreden, besluit voorlopig niet meer dit soort gedachten te koesteren. Zij zet zich neer achter de computer om deze overtwijfeling vast te leggen. Wat het lichaam niet heeft gemerkt, is dat met de bijna-val van de trap misschien het lxecchaam niet is gevallen, maar de val was al zover gevorderd dat de geest uit het lichaam viel, de animus uit de corpus, en traag door de lucht naar beneden zeilde. Terwijl het lichaam bovenaan de trap bleef staan, kwam de geest neer op de vloer. Aangezien zij niet van materiaal was, de geest, brak zij niet, maar richtte zich vrijwel meteen weer op, klom achter de poot van de stoel die daar stond en maakte zich zo klein als een dobbelsteen. Terwijl de zware stappen van het lichaam op de trap bonsden, bedacht de geest dat ze nu vrij was van de gevangenis, de zware homp vlees die ze altijd had moeten meeslepen, het uiterlijk dat altijd het innerlijk begrensd had daar men eerst het uiterlijk tot zich laat doordringen en dan al geen interesse meer heeft voor het innerlijk daar het lichaam altijd wat onhandig is geweest en zo een slechte eerste indruk gaf. Maar nu was de geest vrij om te doen wat ze wilde! Vrij van vooroordelen, lichamen en dergelijke belemmeringen. Waar zou ze beginnen!

1 June 2006
By on 01:21
zwarte pen op onduidelijke lijntjes

Toen ik vanmorgen mijn ogen opende, besefte ik dat dit geen normale dag was. Ik was gevuld met een voorzichtig gelukkig gevoel. Ik kon in mijn hoofd deze prachtige ochtend niet koppelen aan gisteren. Er heerste een bijzonder, sluimerend gevoel dat zich rustig deed opsnuiven en beseffen, dat er iets anders was. Ik stond op, trok mijn ochtendjas aan en liep naar beneden. Alles zag er hetzelfde uit als toen wij het gisteravond achterlieten, alles lag op dezelfde plek, maar er hing een andere sfeer over. Ik twijfelde of het aan mij lag – was ik nu gegroeid? – maar het leek ook anders te ruiken, en ik begon te denken dat het niet anders kon dan dat het werkelijk ergens aan lag, er was iets veranderd. De vanillevla bleek vloeibaarder dan anders toen ik die per ongeluk in mijn nek goot. Het gasfornuis werkte opmerkelijk goed, er lukten drie eieren achter elkaar. Misschien was het toch wel zo dat xeck veranderd was, begreep ik, terwijl ik goed en vredig alles herontdekte. Deze opmerking had ik onderaan de bladzijde geschreven: Ik weet heel zeker dat gisteren bekded was, niet dekbed.

30 March 2006
By on 21:55